
Kiesreglement voor de verkiezing van de oudergeleding van de schoolraad
Hoofdstuk 1 – Algemene bepalingen
Art. 1. § 1. Dit kiesreglement is van toepassing op de verkiezing van de leden van de oudergeleding van de schoolraad van de hierna volgende scho(o)l(en):
[benaming, adres].
§ 2. De leden van de oudergeleding worden verkozen door en uit de ouders van de regelmatige leerlingen die les volgen in de school.
§ 3. Onder “ouders” worden begrepen: de personen die het ouderlijk gezag uitoefenen in rechte of de leerling in feite onder hun bewaring hebben. Dit betekent in concreto:
1° de titularissen van het ouderlijk gezag: zowel de natuurlijke moeder als de natuurlijke vader, ongeacht of ze samenleven of niet, tenzij zij/hij ontzet is uit het ouderlijk gezag.
2° de personen die in rechte een minderjarige onder hun bewaring hebben:
–
enerzijds de voogd, dit is de persoon die bepaalde ouderlijke
prerogatieven overneemt indien de minderjarige geen ouders meer heeft; en
–
anderzijds de pleegvoogd, dit is de persoon die op basis van
artikel 475bis e.v. van het Burgerlijk Wetboek op contractuele basis de
belangrijkste ouderlijke verplichtingen overneemt van de ouders, en meteen ook
sommige prerogatieven van het ouderlijk gezag.
3° de personen die in feite een leerling onder hun bewaring hebben: de pleegouders, dit zijn de personen die het kind werkelijk bij zich opvoeden, zonder dat een wettelijk omschreven gezagsinstelling voor handen is.
§ 4. Ouders die op het ogenblik van de kandidaatstelling zowel personeelslid zijn als ouder van (een) leerling(en) in de betrokken scho(o)len, kunnen een stem uitbrengen bij de verkiezing van de leden van de oudergeleding van de schoolraad, maar kunnen zelf geen kandidaat-lid zijn voor de oudergeleding van de schoolraad.
Ouders die op het ogenblik van de kandidaatstelling lid zijn van het schoolbestuur kunnen een stem uitbrengen bij de verkiezing van de leden van de oudergeleding van de schoolraad, maar kunnen zelf geen kandidaat-lid zijn voor de oudergeleding van de schoolraad.
Art. 2. De oudergeleding bestaat uit [aantal] leden.[1]
Art. 3. De mandaatperiode loopt van 1 april 2009 tot en met 31 maart 2013.
Art. 4. De verkiezingen worden georganiseerd op [datum].
Hoofdstuk 2 – De verkiezingen en de kandidatuurstelling
Art. 5. Het schoolbestuur is verantwoordelijk voor de organisatie van de verkiezingen.
Art. 6. § 1. Ten minste twintig kalenderdagen vóór de verkiezingen geeft het schoolbestuur aan elke regelmatige leerling een brief mee waarin volgende gegevens aan de ouders worden vermeld:
1° de datum en het tijdstip waarop de ouders hun stem moeten uitbrengen;
2° het aantal mandaten van effectief lid dat bij verkiezing kan worden toegewezen;
3° de vermelding dat alle ouders, die op het ogenblik van de kandidaatstelling, ouder zijn van regelmatige leerlingen die les volgen in de scho(o)l(en), verkiesbaar zijn, behalve als zij tegelijkertijd ook personeelslid van de school zijn of als zij lid zijn van het schoolbestuur;
4° de vermelding dat de kandidatuurstelling voor de oudergeleding schriftelijk met vermelding van adres, de naam of namen van de leerling(en) waarvan zij ouder zijn, dient te gebeuren bij de directeur tegen ontvangstbewijs en ten minste 12 kalenderdagen vóór de datum van de verkiezingen.
§ 2. Kandidaturen ingediend na de in § 1, 4° vermelde datum zijn van rechtswege ongeldig.
Art. 7. Indien er minder kandidaten zijn dan het aantal toe te wijzen mandaten of indien het aantal kandidaten gelijk is aan het aantal toe te wijzen mandaten, dan zijn de kandidaten die op de kandidatenlijst worden vermeld, van rechtswege verkozen en wordt de verkiezingsprocedure als beëindigd beschouwd.
Hoofdstuk 3 – De stemming
Art. 8. Iedere stemgerechtigde ouder mag op zijn stembrief maximaal zoveel kandidaten aanduiden als er mandaten van effectief lid voor de oudergeleding van de schoolraad bij verkiezing toe te wijzen zijn.
Art. 9. § 1. Iedere ouder ontvangt één stembiljet waarop de namen van alle kandidaten in alfabetische volgorde opgenomen zijn, met vermelding van het adres, en de naam of namen van leerling(en) waarvan zij ouder zijn.
§ 2. Model van stembiljet:
Verkiezingen
oudergeleding van de schoolraad bevoegd voor:
[scho(o)l(en) (benaming, adres)]
1
Er zijn [aantal] mandaten van effectief lid toe te wijzen.
2
Kandidaten
[naam, voornaam (alfabetische volgorde) met vermelding van de school/vestigingsplaats waar het kind school loopt]
Gelieve dit stembiljet, na uw stem te hebben uitgebracht, onder gesloten omslag terug te bezorgen aan de directeur voor [datum]. Wij houden geen rekening met brieven die wij ontvangen na deze datum.
De voorzitter van het schoolbestuur
[naam en handtekening]
Art. 10. De stembiljetten waarop meer stemmen zijn uitgebracht dan er mandaten toe te wijzen zijn, zijn ongeldig.
Art. 11.
De stemming is geheim. Elke ouder bezorgt zijn stem onder gesloten omslag
terug aan de directeur. De stemmen
moeten worden gedeponeerd in de voorziene stembus.
Hoofdstuk 4 – Telling van
de stemmen
Art.
12.
Na het beëindigen van de stemverrichtingen worden de stemmen geteld.
De
telling van de stemmen gebeurt door een lid van het schoolbestuur. De ouders die
gekandideerd hebben, kunnen hierbij aanwezig zijn.
Art.
13.
Het resultaat wordt per brief meegedeeld aan alle ouders.
Hoofdstuk 5 – De
verkozenen
Art.
14. § 1.
Zijn verkozen als effectief lid, de kandidaten die het hoogste aantal
stemmen hebben behaald zonder dat dit aantal het door verkiezingen toe te wijzen
aantal mandaten kan overschrijden. Zijn verkozen als opvolger, de kandidaten die
het hoogst aantal stemmen hebben behaald na de verkozen effectieve leden zonder
dat het aantal opvolgers het aantal verkozen effectieve leden kan overschrijden.
§
2. 1° Behalen twee of meer ouders een gelijk
aantal stemmen, dan wordt voorrang gegeven aan deze ouder die een leerling heeft
in een lager leerjaar dan de andere ouder(s).
2° Indien na toepassing van art. 14,
§ 2, 1° blijkt dat meerdere ouders leerlingen hebben in hetzelfde lager
leerjaar, dan gaat tussen deze ouders de voorrang naar de ouder die de meeste
leerlingen heeft in de school.
3° Indien na toepassing van art. 14,
§ 2, 1° en 2° geen voorrang kan worden bepaald, dan wordt voorrang gegeven
aan de ouder met de familienaam die het eerst voorkomt in het alfabet.
Art.
15.
De kandidaten worden door het schoolbestuur schriftelijk op de hoogte
gebracht van het resultaat van de verkiezingen. Deze mededeling vermeldt in
voorkomend geval of de betrokken kandidaat werd verkozen
als effectief lid of als opvolger. Aan de opvolgers wordt de rangorde van
opvolging meegedeeld.
Hoofdstuk 6 – De
bekendmaking
Art. 16. Dit kiesreglement wordt bezorgd aan de ouders die hun kandidatuur gesteld hebben.