| nieuwsbrief
kerstverlof
jaargang 7, nummer 3 |
wat
vind je in dit nummer: wil
je een artikel lezen, klik dan op de titel van het artikel
terug naar andere nieuwsbrieven |
|
|
|
Onze
school telt vier vestigingsplaatsen. Eén middelgrote en drie kleinere
(minder dan honderd leerlingen). Het
schoolbestuur van onze school vindt het belangrijk om ook onze kleine
dorps– of wijkscholen te blijven ondersteunen. We geloven in de
pedagogische waarde van de kleine dorps– of wijkschool. Kleuters en
kinderen blijven de eerste jaren van hun schoolloopbaan in de vertrouwde
omgeving. Dit is van belang voor hun ontwikkeling en bovendien kan je als
leraar vanuit hun leefwereld vertrekken. Naast
onze kerntaak van onderwijs biedt een kleine school onmiskenbaar heel wat
opvoedkundige voordelen. Zo
valt bijvoorbeeld op dat er beduidend minder gedragsproblemen zijn bij
kinderen en een grotere betrokkenheid van de ouders bij de school. En
dat is dan weer een ander groot voordeel van een kleine dorpschool, met
name de grote verbondenheid van de school met de lokale gemeenschap: de
leerkrachten kennen de kinderen en hun familie, de kinderen kennen elkaar,
de drempels tussen school en ouders zijn laag. Vele ouders hebben er ooit
zelf school gelopen. Je merkt die verbondenheid het best bij school– of
andere feesten georganiseerd door de school en de oudervereniging. Daarnaast
is een wijkschool ook een ontmoetingsplaats voor mensen uit de buurt. Daar
leren vele buren elkaar beter kennen. Zo zie je maar waarin een kleine
school groot kan zijn! Het zou dus jammer zijn om dit zonder meer los te laten. |
|
Hoe een kleine school in stand houden? Het
onderwijsbeleid van de laatste jaren is dikwijls toegespitst op de grotere
scholen in steden zoals Antwerpen, Gent en Brussel. Dat merk je onder
andere aan de financiële impulsen aan scholen in centrumsteden. Daarbij
verliest men dikwijls uit het oog dat er in Vlaanderen meer dan 740
vestigingsplaatsen zijn (op een kleine 3000) die minder dan 100 leerlingen
tellen. Als
je naar onze school kijkt dan telt onze school wel vierhonderd leerlingen
maar die zitten verspreid over vier vestigingsplaatsen en in drie van de
vier gevallen komen wij ook niet uit aan die honderd leerlingen. Je mag
dus wel stellen dat elke afdeling op zich klein is, maar dat we samen
groot zijn. Van
hogerhand is er grote druk om de kleine vestigingsplaatsen te sluiten en
doorgaans spelen financiële argumenten
daar een doorslaggevende rol in. Door te blijven kiezen voor onze
afdelingen zijn onze basiskosten natuurlijk wel fiks hoger dan één
school met hetzelfde aantal leerlingen. Wij moeten bijvoorbeeld telkens
vier maal een bijdrage betalen voor de Voedselveiligheid, vier maal een
internetabonnement betalen, vier maal verwarmingsinstallaties onderhouden,
enzovoort. Hieruit volgt natuurlijk dat onze basiskosten groter zijn. En
juist hier wringt het schoentje, want wij worden hiervoor niet extra
gefinancierd. Een
ander effect is op het vlak van het organiseren van klassen. Een sterk
groeiende afdeling kan bijvoorbeeld niet een extra klas inrichten omdat in
een andere de aantallen juist dalen. Dat bewijst nogmaals de oneerlijkheid
van dit systeem. Wij
moeten toegeven dat de laatste jaren grote inspanningen zijn geleverd voor
het basisonderwijs maar met de dorpscholen is te weinig rekening gehouden.
|
|
Sinds
een aantal schooljaren hebben wij met het zorgteam gewerkt aan
‘schrijven’. Daarbij gingen we op zoek naar de verschillende
onderdelen die een rol spelen bij schrijven, hoe ze per leeftijd groeien
en hoe we dat in de klas kunnen oefenen. Graag
geven wij ook aan u, ouders, een aantal tips mee. Hoe ziet een goede schrijfhouding eruit? (ook bij kleuren en tekenen) De pengreep Uw kind houdt het best het teken – of
schrijfmateriaal in de hand vast waar het meest mee tekent. Duim en
wijsvinger houden bv. het potlood vast, de middelvinger steunt onderaan. De voeten
De
voeten staan plat op de grond. Het bovenlichaam Het bovenlichaam is licht gebogen en
evenwijdig met de tafelrand.
De hand die niet schrijft Met de hand die niet schrijft, houdt het
kind het blad vast. Vanaf welke leeftijd is dit belangrijk voor mijn kind? Als
uw kind in het tweede kleuter zit, kan u, terwijl uw kleuter aan het
kleuren is, kijken hoe uw kind het potlood vasthoudt. Toon uw kind hoe het
potlood juist kan worden vastgehouden. Met
vragen bent u steeds welkom bij dir. Lode, juf Hilde, juf Evelien, juf Ann
of de klastitularissen van uw kind.
|
|
Er
was eens een klein, wit kaarsje. Samen met
nog 19 broertjes en zusjes zat hij netjes
ingepakt in een |
|
project
'Ridders'
Na
de vakantie kwam ik, ridder Roderik, enkele keren op bezoek in dat kleine
Sleihaagse schooltje. En ik
moet toegeven, ik was toch geschrokken.
Ik wist niet dat daar zo’n groep enthousiaste kinderen en
leerkrachten te vinden is! Ik kwam er een eerste keer langs op maandag 3
november. Een dag die ik niet
snel zal vergeten. Niet alleen
omdat ik die dag voor het eerst in Sleihage op bezoek was!
Nee, op die dag verscheen de gevaarlijke draak met 3 staarten
opnieuw! Jaren geleden was ze
door mijn grootvader verslagen, maar die dag verscheen ze dus opnieuw!
Van tovenaar Merlijn kreeg ik gouden raad.
Om de draak minder krachtig te maken, moest ik een aantal
opdrachten uitvoeren. Bij elke
goed uitgevoerde opdracht, zou de draak 1 van haar staarten verliezen… Nog
2 opdrachten te gaan… Mijn
tweede opdracht luidde: ‘knip en kleef heel veel bommen en ridders op
het kanon uit de voorzaal’. Ook
deze opdracht kon ik met de hulp van de kinderen vervullen. De
laatste opdracht was toch de moeilijkste: ‘nodig alle ouders van de
kinderen van de school uit. Laat
hen, samen met hun kinderen, een wapenschild ontwerpen’. Ik
moet toegeven, de Sleihaagse ouders zijn even enthousiast als de kinderen.
Heel wat ouders stonden op vrijdag 21 november
paraat. Er werd geknipt
en gekleurd. Tegen drie uur
was de draak inderdaad haar laatste staart kwijt.
Als bedanking heb ik alle kinderen van de school tot ridder
geslagen! De ouders heb ik
getrakteerd op koffie en Middeleeuwse koekjes (gelukkig kreeg ik daarvoor
de hulp van de leerlingen van de derde graad). Van
harte bedankt aan alle kinderen, leerkrachten en ouders die me hielpen om
de draak met drie staarten te verslaan! Veel
groeten, Ridder Roderik. |
|
Ridder
Riki op bezoek bij de kleinste kleuters!
|
|
De dag voor z’n verjaardag, op 5 december dus, kwam
Sinterklaas samen met drie van z’n pieten op bezoek bij ons op school.
We keken er natuurlijk allemaal naar uit.
De juffen verdeelden ons in groepen.
Samen met de Pieten speelden we een muzikaal pak.
Per groep moesten we beurtelings een opdracht uitvoeren: een spel,
een muzikale opdracht, rijmpjes, … Op
het einde van de middag kregen we van de Sint allemaal een lekkere
verrassing. De grootste
verrassing zagen we na het weekend! De
Sint had ons nog een bezoek gebracht!
Elke klas kreeg enkele leuke cadeautjes.
De kleuters
Dank
je wel,
Sint en Pieten!
|
|
3de
graad: speelgoedmakers.
In
de derde graad werd tijdens de laatste W.O.-lessen van dit trimester het
thema ‘speelgoed’ onder de loep genomen. In groepjes van vier moesten
allerlei opdrachten vervuld worden. De kinderen hebben zelf enkele stukken
speelgoed aan een test onderworpen, ze beoordeelden een gezelschapsspel,
bestudeerden de geschiedenis van het speelgoed en analyseerden het
schilderij ‘De Kinderspelen’ van Pieter Breughel. Daarnaast
kregen ze de opdracht om zelf een stuk speelgoed te ontwerpen en te maken.
Meteen werden schetsen gemaakt en creaties bedacht. Iedereen ging druk aan
het werk. De resultaten waren fantastisch en wachten nu op een producent
die deze ontwerpen op de markt wil brengen ! Puik
werk, jongens en meisjes ! |
|