nieuwsbrief kerstverlof               

jaargang 7, nummer 3

wat vind je in dit nummer: wil je een artikel lezen, klik dan op de titel van het artikel
  1. nieuwjaarswens
  2. waarin een kleine school groot kan zijn
  3. hoe een kleine school in stand houden
  4. schrijven...
  5. een kerstverhaal
  6. nieuwe uit de afdeling van Sleihage

 

 

terug naar andere  nieuwsbrieven

 

 

 

 

 

 

 

 

 terug naar boven

Waarin een kleine school groot kan zijn                              

Onze school telt vier vestigingsplaatsen. Eén middelgrote en drie kleinere (minder dan honderd leerlingen).

Het schoolbestuur van onze school vindt het belangrijk om ook onze kleine dorps– of wijkscholen te blijven ondersteunen. We geloven in de pedagogische waarde van de kleine dorps– of wijkschool. Kleuters en kinderen blijven de eerste jaren van hun schoolloopbaan in de vertrouwde omgeving. Dit is van belang voor hun ontwikkeling en bovendien kan je als leraar vanuit hun leefwereld vertrekken.

Naast onze kerntaak van onderwijs biedt een kleine school onmiskenbaar heel wat opvoedkundige voordelen.  Zo valt bijvoorbeeld op dat er beduidend minder gedragsproblemen zijn bij kinderen en een grotere betrokkenheid van de ouders bij de school.

En dat is dan weer een ander groot voordeel van een kleine dorpschool, met name de grote verbondenheid van de school met de lokale gemeenschap: de leerkrachten kennen de kinderen en hun familie, de kinderen kennen elkaar, de drempels tussen school en ouders zijn laag. Vele ouders hebben er ooit zelf school gelopen. Je merkt die verbondenheid het best bij school– of andere feesten georganiseerd door de school en de oudervereniging.

Daarnaast is een wijkschool ook een ontmoetingsplaats voor mensen uit de buurt. Daar leren vele buren elkaar beter kennen. Zo zie je maar waarin een kleine school groot kan zijn!

Het zou dus jammer zijn om dit zonder meer los te laten.

 terug naar boven

Hoe een kleine school in stand houden?

Het onderwijsbeleid van de laatste jaren is dikwijls toegespitst op de grotere scholen in steden zoals Antwerpen, Gent en Brussel. Dat merk je onder andere aan de financiële impulsen aan scholen in centrumsteden. Daarbij verliest men dikwijls uit het oog dat er in Vlaanderen meer dan 740 vestigingsplaatsen zijn (op een kleine 3000) die minder dan 100 leerlingen tellen.

Als je naar onze school kijkt dan telt onze school wel vierhonderd leerlingen maar die zitten verspreid over vier vestigingsplaatsen en in drie van de vier gevallen komen wij ook niet uit aan die honderd leerlingen. Je mag dus wel stellen dat elke afdeling op zich klein is, maar dat we samen groot zijn.

Van hogerhand is er grote druk om de kleine vestigingsplaatsen te sluiten en doorgaans spelen financiële argumenten  daar een doorslaggevende rol in. Door te blijven kiezen voor onze afdelingen zijn onze basiskosten natuurlijk wel fiks hoger dan één school met hetzelfde aantal leerlingen. Wij moeten bijvoorbeeld telkens vier maal een bijdrage betalen voor de Voedselveiligheid, vier maal een internetabonnement betalen, vier maal verwarmingsinstallaties onderhouden, enzovoort. Hieruit volgt natuurlijk dat onze basiskosten groter zijn. En juist hier wringt het schoentje, want wij worden hiervoor niet extra gefinancierd.

Een ander effect is op het vlak van het organiseren van klassen. Een sterk groeiende afdeling kan bijvoorbeeld niet een extra klas inrichten omdat in een andere de aantallen juist dalen. Dat bewijst nogmaals de oneerlijkheid van dit systeem.

Wij moeten toegeven dat de laatste jaren grote inspanningen zijn geleverd voor het basisonderwijs maar met de dorpscholen is te weinig rekening gehouden.

 

 terug naar boven

schrijven

Sinds een aantal schooljaren hebben wij met het zorgteam gewerkt aan ‘schrijven’. Daarbij gingen we op zoek naar de verschillende onderdelen die een rol spelen bij schrijven, hoe ze per leeftijd groeien en hoe we dat in de klas kunnen oefenen.

Graag geven wij ook aan u, ouders, een aantal tips mee.

 Hoe ziet een goede schrijfhouding eruit? (ook bij kleuren en tekenen)

De pengreep

Uw kind houdt het best het teken – of schrijfmateriaal in de hand vast waar het meest mee tekent. Duim en wijsvinger houden bv. het potlood vast, de middelvinger steunt onderaan.

  

De voeten

      De voeten staan plat op de grond. Het bovenlichaam

Het bovenlichaam is licht gebogen en evenwijdig met de tafelrand.

 

De hand die niet schrijft

Met de hand die niet schrijft, houdt het kind het blad vast.

 

 Vanaf welke leeftijd is dit belangrijk voor mijn kind?

Als uw kind in het tweede kleuter zit, kan u, terwijl uw kleuter aan het kleuren is, kijken hoe uw kind het potlood vasthoudt. Toon uw kind hoe het potlood juist kan worden vastgehouden.

 Met vragen bent u steeds welkom bij dir. Lode, juf Hilde, juf Evelien, juf Ann of de klastitularissen van uw kind.

 

 terug naar boven

een kerstverhaal

Er was eens een klein, wit kaarsje. Samen met nog 19 broertjes en zusjes zat hij netjes ingepakt in een kartonnen doosje. Omdat ze daar de hele dag niets te doen hadden, praatten de kaarsjes vaak met elkaar over het grote feest dat komen ging. 'Wij gaan naar het Kerst-feest!' zeiden ze opgewonden tegen elkaar. 'Wij worden bij een boom gezet en dan worden wij lichtjes en álle kinderen kijken naar ons.' 'Ik ben benieuwd wie het mooiste vlammetje heeft', zei een groen kaarsje, maar toen riepen ze allemaal door elkaar: ‘Ik! Ik! Nietes Ik!' 'Hou toch op met ruzie maken', zei een roze kaarsje met een zacht stemmetje. 'Ik weet iets veel mooiers, ik ga proberen me te spiegelen!' 'Hoe kan dat nu?' zei het gele kaarsje, 'Jij hebt daar toch geen spiegeltje in de kerstboom?' Maar het roze kaarsje antwoordde: 'De kinderen zijn er toch! En als de kaarsjes branden, gaan de kinderoogjes glanzen en dan kun je jezelf zien branden in die kinderoogjes. Moet je maar eens op letten!’ Omdat ze daar geen ruzie over konden maken, bleef het even stil. Maar opeens zei het kleine, witte kaarsje dat heel erg dom was: 'Wat is dat, branden?' Om zo'n domme vraag moesten alle kaarsjes vreselijk lachen. 'Wat ben jij een domoor! Weet jij niet eens wat branden is? Dan houden de mensen zo'n rood stokje tegen je aan met een warm, geel vlammetje eraan en dan word je zelf ook warm en komt er een vlammetje aan je en dan ben je een lichtje! Toen vroeg het witte kaarsje: Als het feest voorbij is, mogen we dan weer terug in de doos?' Toen lachten de kaarsjes zo hard, dat het kartonnen doosje bijna openscheurde. Áls het Kerstfeest voorbij is', zei het rode kaarsje, 'zijn wij toch opgebrand, domoor! Dan zijn wij er niet meer'. Toen hield het kleine witte kaarsje zijn lipjes stijf op elkaar, hij had alleen maar gezegd: 'Dan wil ik niet bran-den'. Opeens, terwijl de kaarsen nog druk aan het praten waren, nam iemand het doosje mee. Onderweg was het heel donker, het doosje met kaarsen zat in een tas, tussen een heleboel kerstversiering; slingers, engelenhaar, een piek en heel veel ballen. Toen ze weer uit de tas waren, ruzieden ze verder. 'Ik wil bij de kerststal, ik bij het kribbetje, ik bij de boom!’ Ze riepen allemaal door elkaar. Het kleine, witte kaarsje zei niets, hij dacht steeds: Ik wil niet branden. De kaarsen werden uit de doos gehaald en lagen nu los op tafel. Eén voor één kregen ze een plekje bij het stalletje of bij de boom. Toen er even niemand keek, liet het witte kaarsje zich van de tafel vallen. Tik, nu lag hij op de grond. Hij rolde door … en kwam terecht onder de takken van de kerstboom waar niemand hem kon zien. Hij was heel blij en dacht: Ik brand lekker toch niet! Toen het versieren klaar was, werd het heel stil en donker. Morgen zouden een heleboel kinderen komen om het kerstkindje te zien en liedjes te zingen. De kaarsjes konden bijna niet wachten tot het morgen was. Ze riepen allemaal door elkaar. Toen zei het roze kaarsje: 'Zullen we samen een liedje zingen?' En ze zongen allemaal mee. Alleen het witte kaarsje zong niet mee. De volgende  dag, het was al middag, hoorde het kaarsje voetstappen. De kinderen waren gekomen. En plotseling zag het kaarsje overal kleine lichtjes schitteren. Dat waren zijn broertjes en zusjes die nu mochten branden. Het werd nu heel stil. Er werd iets gezegd en de kinderen begonnen te zingen. Zo mooi zingen had het kaarsje nog nooit gehoord en even had hij spijt dat hij niet mee kon doen met het feest. Toen ging iemand een verhaal vertellen. Er waren eens herders, die in de nacht ergens buiten in het veld op hun schapen pasten. Opeens kwam daar een engel en er was een groot licht. En een engel zei tegen de herders: 'Wees maar niet bang, want weet je wat er vannacht gebeurd is? Hier vlakbij, in een stal in Betlehem, is een kindje geboren! En de herders gingen en zij vonden het precies zoals de engel gezegd had. Jozef en Maria, de vader en moeder van het kind, en het kindje zelf; Jezus was zijn naam. En toen zij teruggingen naar hun schapen was het net, alsof zij een beetje licht in hun hart meenamen de donkere nacht in. Want het Kerstfeest, het feest van de geboorte van Jezus, is het feest van het licht. Daarom branden de kaarsjes vandaag zo mooi. En als al de kaarsjes straks zijn opgebrand, blijft er van hun licht toch nog een beetje bestaan in ons hart. Ook al was het onder de takken van de kerstboom niet helemaal licht, het witte kaarsje voelde dat hij een kleur kreeg. Hij had ook kunnen branden en een lichtje zijn, dat bleef branden in de harten van de mensen. En nu lag hij hier alleen en koud onder de kerstboom. En diep in zijn hart had hij erg veel spijt. Als er nog maar iets gebeurde, als hij nog maar een lichtje kon zijn….. Maar er gebeurde niets. Het kaarsje lag alleen en werd steeds verdrietiger. De kinderen zongen weer en de kaarsjes branden zo mooi. Helemaal vooraan, vlakbij het stalletje zat een kleine jongen, Thijs, en keek naar de lichtjes. In zijn grote, blauwe ogen spiegelden de kaarsjes zich. Hij zong alle liedjes mee en luisterde goed naar het verhaal. Maar hij moest ook steeds aan zijn zieke zusje, Mieke, denken die thuisgebleven was. Thuis kon je eigenlijk niet zoveel merken van het kerstfeest. Mama had geen tijd om een kerstboom neer te zetten en bij het stalletje stonden geen kaarsen. Hij wilde wel zo'n mooi kaarsje voor Mieke meenemen, maar die waren nu bijna opgebrand. Toen het afgelopen was, kregen alle kinderen een mandarijn en Thijs kreeg er ook een voor Mieke. Maar hij pakte ze een beetje onhandig aan en toen rolde er ééntje op de grond, zomaar onder de kerstboom. Thijs kroop op z'n knieën onder de kerstboom, en wat voelde hij daar? Het leek wel ... ja, het was het kleine, witte kaarsje. Thijs pakte het samen met het mandarijntje en vroeg of hij het ook mee mocht nemen, voor zijn zusje. Gelukkig mocht het. Het kaarsje schrok wel erg toen hij ineens opgepakt werd en daarna in een donkere broekzak verdween. Het duurde wel erg lang, voordat het kaarsje er weer uit mocht. Thijs liet het aan zijn zusje zien. 'Wat mooi', zei Mieke. 'Mag het branden, mam?' Het kaarsje kreeg een schok van vreugde, maar even later vroeg hij zich af waar hij branden moest. Toen zei moeder: 'Wacht even, dan zet ik een kandelaartje bij het kribbetje'. Even later stond het kaarsje bij het stalletje. Met een rood stokje met een geel vlammetje eraan stak de moeder het kaarsje aan. Het kaarsje voelde dat hij van boven ook heel erg warm werd. 'Wat mooi', zei Mieke. En het kleine, witte kaarsje, dat eerst niet branden wilde, ging rechtop staan en brandde met zijn helderste vlammetje. Zo blij was hij dat hij toch nog branden mocht. Hij brandde heel lang en Mieke en Thijs keken maar met hun schitteroogjes. Het leek net of er een lichtje brandde in hun ogen. Mieke viel ervan in slaap. 'Het kaarsje is op', zei Thijs en op hetzelfde moment voelde het kaarsje dat het kleine, gele vlammetje doofde. Toen was hij uit en was het allemaal voorbij. Maar in het hart van het kleine, slapende meisje brandde het kerstlichtje. Aangestoken door het kleine, witte kaarsje, dat eerst niet branden wilde.

 

terug naar boven

project 'Ridders'

Na de vakantie kwam ik, ridder Roderik, enkele keren op bezoek in dat kleine Sleihaagse schooltje.  En ik moet toegeven, ik was toch geschrokken.  Ik wist niet dat daar zo’n groep enthousiaste kinderen en leerkrachten te vinden is!

Ik kwam er een eerste keer langs op maandag 3 november.  Een dag die ik niet snel zal vergeten.  Niet alleen omdat ik die dag voor het eerst in Sleihage op bezoek was!  Nee, op die dag verscheen de gevaarlijke draak met 3 staarten opnieuw!  Jaren geleden was ze door mijn grootvader verslagen, maar die dag verscheen ze dus opnieuw!  Van tovenaar Merlijn kreeg ik gouden raad.  Om de draak minder krachtig te maken, moest ik een aantal opdrachten uitvoeren.  Bij elke goed uitgevoerde opdracht, zou de draak 1 van haar staarten verliezen… 
De eerste opdracht was de volgende: ’verzamel 100 kinderen die het lied ‘de zevensprong’ zingen en de bijhorende dans uitvoeren.  De kinderen moeten allemaal een zelfgemaakt zwaard bijhebben’.  Toen ik die opdracht hoorde, zonk de moed me in de schoenen.  Maar… gelukkig kon ik rekenen op die enthousiaste groep kinderen van Sleihage.  IJverig leerden de kinderen mekaar de dans aan.  En inderdaad, op het einde van de week kon ik de eerste opdracht met succes uitvoeren.  De draak was haar eerste staart kwijt, dankzij de hulp van de kinderen!

Nog 2 opdrachten te gaan…  Mijn tweede opdracht luidde: ‘knip en kleef heel veel bommen en ridders op het kanon uit de voorzaal’.  Ook deze opdracht kon ik met de hulp van de kinderen vervullen.

De laatste opdracht was toch de moeilijkste: ‘nodig alle ouders van de kinderen van de school uit.  Laat hen, samen met hun kinderen, een wapenschild ontwerpen’.

Ik moet toegeven, de Sleihaagse ouders zijn even enthousiast als de kinderen.  Heel wat ouders stonden op vrijdag 21 november  paraat.  Er werd geknipt en gekleurd.  Tegen drie uur was de draak inderdaad haar laatste staart kwijt.  Als bedanking heb ik alle kinderen van de school tot ridder geslagen!  De ouders heb ik getrakteerd op koffie en Middeleeuwse koekjes (gelukkig kreeg ik daarvoor de hulp van de leerlingen van de derde graad).

Van harte bedankt aan alle kinderen, leerkrachten en ouders die me hielpen om de draak met drie staarten te verslaan!

Veel groeten, Ridder Roderik.

   

terug naar boven  

Ridder Riki op bezoek bij de kleinste kleuters!

Tijdens het project ‘ridders’ hebben we heel wat bijgeleerd over ridders.  We leerden o.a. ridder Rikki kennen.  Een heerlijk boekje van Guido van Genechten.  Rikki komt in de wereld van ridders terecht.  Hij woont in een echt kasteel met ophaalbrug, torens en een kelder.  Hij probeert ook vuurspuwende draken te verslaan.  Gelukkig heeft hij een harnas, schild en zwaard.  Die gevaarlijk draken sluit hij op in de kelder.  Hij laat ze heel veel water drinken tot het vuur in hun buik geblust is.  Ridder Rikki rijdt op een echt ros.  En natuurlijk krijgt hij een jonkvrouw op bezoek!  De kinderen waren gek op dit boekje!  We leefden ons helemaal in in het leven van de ridders.  Het was voor de kleuters alvast heel verrijkend!

 

terug naar boven

Sint en Piet op bezoek!

 

De dag voor z’n verjaardag, op 5 december dus, kwam Sinterklaas samen met drie van z’n pieten op bezoek bij ons op school.  We keken er natuurlijk allemaal naar uit.  De juffen verdeelden ons in groepen.  Samen met de Pieten speelden we een muzikaal pak.  Per groep moesten we beurtelings een opdracht uitvoeren: een spel, een muzikale opdracht, rijmpjes, …  Op het einde van de middag kregen we van de Sint allemaal een lekkere verrassing.  De grootste verrassing zagen we na het weekend!  De Sint had ons nog een bezoek gebracht!  Elke klas kreeg enkele leuke cadeautjes.  De kleuters van de 2de en 3de kleuterklas tekenden hun cadeautjes voor ons.

 

 

Dank je wel, Sint en Pieten!

 

terug naar boven

3de graad: speelgoedmakers.

In de derde graad werd tijdens de laatste W.O.-lessen van dit trimester het thema ‘speelgoed’ onder de loep genomen. In groepjes van vier moesten allerlei opdrachten vervuld worden. De kinderen hebben zelf enkele stukken speelgoed aan een test onderworpen, ze beoordeelden een gezelschapsspel, bestudeerden de geschiedenis van het speelgoed en analyseerden het schilderij ‘De Kinderspelen’ van Pieter Breughel.

Daarnaast kregen ze de opdracht om zelf een stuk speelgoed te ontwerpen en te maken. Meteen werden schetsen gemaakt en creaties bedacht. Iedereen ging druk aan het werk. De resultaten waren fantastisch en wachten nu op een producent die deze ontwerpen op de markt wil brengen !

Puik werk, jongens en meisjes !

terug naar boven

Wist-je-dat...

  • … er in het vorige nummer van de nieuwsbrief 2 lln ontbraken op het lijstje ‘nieuwe leerlingen’.  In het 1ste leerjaar startten Graedy Deceuninck en Tristan Decelercq op 1 september.  Op 12 november startte ook Caitlin Devolder op onze school.  Zij zit in het derde leerjaar. In de peuterklas startte Joren Soenen na de herfstvakantie. We danken uiteraard hun ouders voor het vertrouwen in onze school.

  •  … de 2de graad ook dit jaar deelnam aan het netbaltoernooi in Staden.  Beide klassen behaalden een finaleplaats en brachten met veel trots een beker mee naar school. Van harte proficiat!
    De vele enthousiaste supporters gaven de kinderen extra energie!  Dankjewel daarvoor.

  • … het grootoudersfeest met als thema ‘school in de jaren ‘50’ heel goed verlopen is.  De kinderen van het 2de leerjaar brachten samen met juf Annelies een heel mooi toneel.  De kleuters en leerlingen van het 1ste leerjaar zorgden voor leuke dansjes tussendoor. De grootouders waanden zich even terug in ‘hun jonge jaren’...

terug naar boven